Zoveel als ik het echt intens haat om met het OV te reizen, zo veel inspiratie haal ik er tegelijk uit. Zoals de jongeman die net binnenstapt. Met ongelooflijk lang jaar, dat mij doet denken aan haar op andere plekken dan het hoofd, is overduidelijk blijven hangen in een verkeerd gevallen lsd-trip, oordeelt mijn brein on the spot.
Terwijl hij zich omdraait en mij met grote ogen wazig aankijkt, wordt mijn vermoeden alleen maar meer bevestigd. Of de exotisch mooie donkere vrouw met een lijf waar Rubens vooraan voor staat, gaat even kalm en sexy zitten op een van de zeldzame vrije plekken. Haar bilpartij verraadt dat ze echt een mean twerker is. . dat kan niet anders. Fantastisch.
Als je werkt in het centrum van Rotterdam en je woont niet binnen fietsafstand, bent geen directeur en je hebt geen chauffeur, dan kom je er niet onderuit. Reizen met het OV.
Met de tram, bus of metro. En dan word je gratis en voor niks, nee, niet gratis trouwens, want elke dag weer betaal ik 5,50 euro voor een ritje van 5 haltes heen en terug. Dus als je dat een week lang doet, wat ik gelukkig niet hoef, ben je een halve nier op een modaal inkomen per maand kwijt. Want modaal van toen, is tegenwoordig niet meer zo modaal. Maar dat is een hele andere discussie. Kortom, je wordt, niet gratis dus, getrakteerd op een ritje ‘twilight zone’.
De metro is een wereld op zichzelf. Het begint op het station dat een afspiegeling is van de wijk waarin het zich bevindt. Zodra iemand de metro in stapt, is het blik op serieus, zo snel mogelijk positie nemen, geen oogcontact maken en direct ‘head first’ dat scherm in. Want wie dacht dat het in de metro nog een gezellig ‘goedemorgen’ momentje was, komt bedrogen uit. Sterker nog, ik denk dat het gewoon gevaarlijk is als je dat gaat doen. Of je wordt geaccepteerd als het lokale ‘gekkie’ die een dag is losgelaten. Flirten in de metro is er dus ook niet meer bij, want iedereen zit schijtchagerijnig op zijn telefoonscherm te turen. Scrollend over Insta, TikTok of misschien wel Tinder. Hallo! Tinder is around you, playing live! Schreeuwt de stem in mijn hoofd weleens. Diezelfde stem vermaakt zich ook prima met het schilderen van portretten. Fictief dan. Ik ben namelijk die Gen X’er die probeert niet de godganse dag in dat klerescherm te turen. Ik kom nog uit een tijd dat ik weet dat je redelijk normaal kan functioneren zonder. Alhoewel de mensen om mij heen waarschijnlijk denken ‘kijk die oude doos is rondkijken, wat moet ze van me’. Ik ‘moet’ niets van je. Ik wil je slechts een glimlach geven, gewoon wat menselijkheid, een blik van ‘we zitten allemaal in hetzelfde schuitje’ en dat doe ik met gevaar voor eigen leven als ik zie wat voor een blik ik krijg teruggeworpen.
En dus staan we elke ochtend in dezelfde stand. Strak, afgesloten en wat mij betreft met een voet in de kist zo weinig leven wordt er getoond. Dat deze wereld aan verlichting toe is lijkt mij een no-brainer. En dus ben ik blij als ik naast een generatie of wat voorbij mij mag plaatsnemen. Want soms, heel soms, zoals die ene keer dat ik in een hardcore paniekaanval naar huis probeerde te komen, is er dat oude mannetje die naast mij in een onvervalst Rotterdams accent begint te praten tegen me. Over hoe fijn het is dat hij nog fit genoeg is om te reizen en hoe leuk hij het vindt dat er iemand nog naar hem luistert zo in de metro. De paniek zakte weg en ik zweer dat ik dacht dat deze man door onze lieve heer himself gezonden was. Sindsdien stap ik die metro in met een andere kijk – blij dat ik nog fit genoeg ben om te reizen. Blij dat ik vrij ben om te reizen en mijn eigen weg mag kiezen in een land dat steeds kleiner lijkt te worden.
Als blikken konden doden..
Wil je een seintje?
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.
Plaats een reactie