De zon schittert door de nog kale bomen heen en straalt haar warmte op mijn gezicht. Ik kijk naar boven en zie de kerktoren en ruines hun historische bravoure uitstralen. ‘Kijk mij eens staan, je hebt geen idee wat ik allemaal voorbij heb zien komen en hoe ferm ik ben blijven staan in gure tijden’, lijkt ze te zeggen. Op de blauwe achtergrond is het bouwwerk nog imposanter en terwijl ik haar in mijn ooghoek eerbiedig bekijk, slenter ik over de keienweg langszij.
De omgeving leidt mij weer af en ik struin richting de houten tafel waar de boeken in bakken met ‘uitverkoop’ staan te wachten. Daar kan ik nooit voorbij aan gaan, boekenwinkels. Liefst koop ik elke week een nieuw boek en snuif ik de geur van het papier en de letters op. Woordenjunkie die serieus enthousiast kan worden wanneer ik weer een geweldige zin tegenkom die uit het brein van een schrijver is ontsproten. Afwijking misschien, maar wel eentje die ik omarm. Een half uur later vertrek ik dan ook weer met twee boeken waarvan ik weet dat het zo maar kan gebeuren dat ze nog even op de plank blijven liggen. Er zijn namelijk nog 10 wachtenden voor hun die ook mijn aandacht vragen.
In de verte zie ik haar genieten, schuifelend door de straten. Wat een geluk, dat ik er nog zo op uit kan samen met die vrouw die altijd lacht. Mijn moeder, de liefste en meest positieve vrouw die ik ken. Niet geheel objectief ongetwijfeld, maar inmiddels heeft het leven mij laten zien dat niet iedereen kan genieten van moederliefde zo puur als die van haar. Haar gezin is haar grootste geluk en ze heeft mij geleerd dat het belangrijk is dat je liefhebt zonder verwachtingen. Dat is echt niet altijd soepel gegaan. Ik, haar jongste, trekt nogal haar eigen plan en dan is het wel eens lastig elkaar te ‘bereiken’. Maar wat heb ik haar lief. Haar leeftijd kan ik noemen, maar staat zo niet gelijk aan hoe zij nog vol in het leven staat.
Twee jaar geleden nam ik haar mee voor het eerst. Naar haar geboortedorp, langs de kust. Via een bevriende journalist, die mij had laten kennismaken met de kunst van het ‘interviewen’ van je ouders, was ik op het idee gekomen om mijn eigen moeder te interviewen. Interviewen deed ik vaker, maar zakelijk is toch een potje anders dan je eigen moeder. Mijn moeder voelde zich er wel bijzonder bij, geloof ik. Het was in ons gezin namelijk niet vaak over haar gegaan. Zij bewoog zich altijd liefdevol op de achtergrond en was een meester in gezinssturing zonder gestuurd te voelen worden.
Dit keer waren we in Bergen, ook een kustdorp, deze met een belachelijke rijkdom. We hebben ons mogen vergapen aan de prachtige landgoederen die langs de route pronken. We mochten verblijven in een B&B genaamd ‘In de Aap’. Het was een soort Ibiza maar dan nuchter. En onze mazzel; het was de openingsdag, prachtig zomers weer en samen met de eigenaren en nog wat gasten hebben we met wijn en woorden de avond in de tuin verwelkomd.
’s Avonds lekker lang dineren in een van de lokale restaurants. Uren praten, ik hou ervan als mijn moeder over vroeger verteld. Nee, dat was geen interviewen, dat was gewoon praten, samen, over alles. Toen ik na het eten terugliep van het toilet, zag ik mijn moeder gebogen naast de tafel staan. Kreunend.
De kramp was in haar been geschoten en was niet meer van plan te vertrekken. Het was huilen en hilarisch tegelijk. Zoals veel dingen in ons gezin worden ‘ontnuchterd’ met een dosis humor. Nadat we de uiterst charmante ober in verbijstering achterlieten, omdat we zo plotsklaps moesten vertrekken, schuifelden we heel voorzichtig de straat in. De kramp zakte langzaam weg en mijn moeder kon weer kalm aan ontspannen. Toen we bijna bij onze B&B aankwamen riep ze huilend van het lachen uit ‘ben ik toch mooi In de Aap gelogeerd’, verwijzend naar de naam van ons verblijf. Proestend doken wij de houten kamer in waar we nog lang nagepraat hebben. Wat een klein geluk, daar kan geen landgoed tegenop.
