Opgesloten..

Op de sportschool is het een komen en gaan van ouders en kids die deelnemen aan de judo of andere zelfvertrouwen opbouwende activiteiten.

Daar zat ze. Met haar kleine, ik schat 3 of 4 jarige lijfje in een lockertje geperst. Vol enthousiasme draaide haar broertje de deur in het slot. En weer open en weer dicht en weer open. Het schattige meisje gilde het uit van enthousiasme, hoop ik. Enigszins claustrofobisch aangelegd speurde mijn ogen al naar de ouderlijke begeleiding.

Daar zat ze. De moeder, wat onderuit gezakt op de hoge stoelen voor het raam van de sportruimte. Ongetwijfeld gefixeerd op een ander deel van haar kroost dat zich in de les inspande. Tot mijn geruststelling vestigt zij haar aandacht voor een enkele seconde op het lockerfeestje…om vervolgens te lachen en te reageren met ‘ach joh, wat ben je nou aan het doen’ en zich weer terug te draaien naar het raam.

Met verbazing en terechte ongerustheid bekijk ik het vrolijk verdergaande lockerfeestje van een afstand. Scenario’s schetsend in mijn gedachte en speurend naar mogelijkheden van bevrijding als het mis gaat. Mij staat namelijk nog het verhaal bij van een zoon van een vriendin. Die, weliswaar al in puberleeftijd, samen met wat andere vriendjes een schoolvriendje toejuichte die zich vrijwillig in de kluis van de hotelkamer had opgesloten tijdens een buitenlands schoolreisje. De kluis viel in het slot en de jongen raakte volledig in paniek. Een breekijzer moest er aan te pas komen. Dat ging op het nippertje goed. De aanwezige vriendjes waren zich kapot geschrokken en zullen nooit meer zo’n ‘try-before-you-die’ actie in hun hoofd halen.

Terug naar de sportschool. Een inmiddels gearriveerde leraar waarschuwde de kids om weg te blijven bij de lockers. Onder toeziend oog van diezelfde moeder. 5 minuten later, de leraar raakte in gesprek met de moeder over de voortgang van het overige kroost,  duiken de kids weer terug richting de lockers. Moeders doet niets. Zegt niets. Kijkt niet. Niets.

En dan komt er bij mij zo’n unheimlich buik gevoel omhoog borrelen. Zo’n gevoel van pure agressie vrees ik. Want inmiddels ben ik in staat om de moeder in het lockertje op te vouwen en aan te duwen. Niet erg sjiek. Ik weet het. Ik werk eraan.

De moeder maakt eindelijk aanstalten om te vertrekken en roept, ze kan het dus wel, dat het kroost de schoenen moet aantrekken. Het ventje heeft nogal wat moeite met deze minimale vorm van sturing en het vergt haar een keer of drie om ervoor te zorgen dat hij daadwerkelijk zijn schoenen aan trekt.

Het gezelschap vertrekt en laat de sportschool in rust achter.
1 locker blijkt niet meer open te gaan. De sleutel is om onduidelijke redenen compleet onvindbaar.

Plaats een reactie